;-)

Column in De Ingenieur

In de maand dat Europese leiders een migratiedeal sloten en Duitsland vroegtijdig het WK verliet, raakte het meest opzienbarende nieuws een beetje ondergesneeuwd: de lancering van Emoji 11.0, een reeks van 157 nieuwe emoji’s die we eind 2018 op onze beeldschermen kunnen verwachten. Eindelijk. Zonder de de lama, de kangoeroe, de veiligheidsspeld en het knotje wol is online communiceren een nogal primitieve exercitie. Dat we het tot 2015 zonder een hysterisch huilend-van-het-lachen gezichtje hebben kunnen stellen, is gewoon een wonder.

Online communiceren zonder emoji’s is als offline spreken zonder gebaren, gezichtsuitdrukkingen en intonatie. De eerste emoji’s werden eind jaren negentig gelanceerd in Japan, waar ze binnen de kortste keren razend populair werden. Vanaf 2010 veroverden ze ook de rest van de wereld. Tot die tijd gebruikten wij emoticons, combinaties van leestekens die de emotionele staat van de boodschapper weergeven. Denk aan :-). Naar verluidt was de Amerikaanse computerwetenschapper Scott Fahlman de eerste die emoticons met dat doel gebruikte op een berichtenbord van de Carnegie Mellon University. Na een uit de hand gelopen studentengrap was er een debat ontstaan over de wenselijkheid van bepaalde vormen van humor. Scott stelde voor om voortaan 🙂 toe te voegen als iets niet helemaal serieus genomen moest worden.

Ik heb me lang verzet tegen deze vorm van duiding, die ik afdeed als overbodige informatie voor wie niet tussen de regels door kan lezen. Inmiddels weet ik beter. Als iets de online communicatie heerlijk ingewikkeld heeft gemaakt, zijn het alle emotietekens wel. Wie niet op de hoogte is van de subtiele communicatiemores op Twitter, zou het aubergineteken zomaar kunnen interpreteren als ‘groentesoort’, in plaats van ‘ironisch bedoeld fallussymbool’. Het knipoog-teken is inmiddels een communicatief mijnenveld. Afhankelijk van de context kan het alles betekenen, van ‘ik maak een grapje’ en ‘ik vind je aardig’, tot ‘je lult en ik ben superieur’.

Taalwetenschapper Sanjaya Wijeratne besefte wat dit betekent voor de verwerking van taal door computers, toen hij de tweets van Amerikaanse bendeleden analyseerde. Zij gebruikten vaak het icoon van een benzinepomp, dat ‘marihuana’ bleek te betekenen. Rond dezelfde tijd dat Emoji 11.0 uitkwam, belegde Wijeratne daarom een conferentie in Stanford over de urgente vragen die emoji’s opwerpen. Hoe weerspiegelen emoji’s iemands gender en politieke voorkeur, hoe veranderen emoji’s onze manier van communiceren en kunnen we computers bijbrengen wat een glimlach betekent? Dat laatste lijkt me hooggegrepen, aangezien ik veel mensen ken die deze kunst niet eens verstaan. Laat staan het interpreteren van een knotje wol.