Mollen zitten graag op plekken waar veel regenwormen te vinden zijn. En dus is een goed bemest gazonnetje de ideale plek om gangen onder te graven.
Sommige tuineigenaren laten de natuur haar gang gaan, andere hebben een gazon als een gladgestreken biljartlaken. Juist van die kort gemaaide grasvelden lijkt ook de mol een groot liefhebber. De meeste molshopen zien we immers daar verschijnen en niet in de ‘onderhoudsarme’ tuin van de buren. Klopt het dat de mol een voorkeur heeft voor grasveldjes en wat kunnen we de gazonliefhebbers aanraden?
De leeuw van de ondergrond
Alles aan de Europese mol – de meest voorkomende mol in onze contreien – is gericht op graven. De brede voorpoten met half vergroeide vingers en lange nagels zijn ideale scheppen. Zijn voeten, uitgerust met een extra teenvormige uitstulping, geven hem meer duwkracht en zijn pels is zo glad, dat hij even soepel voor- als achteruit door het zand schuift. Zodra de tijd van graven is aangebroken, ploegen mollen zich met een snelheid van drie tot zes meter per uur een slag in de rondte.
Hoewel het beestje slechts elf tot zestien centimeter lang is, noemt bodemecoloog Gerard Korthals van de Universiteit Wageningen het “de leeuw van de ondergrond”. “Als toppredator staat hij aan het hoofd van de ondergrondse voedselpiramide”, zegt hij. “Hoewel mollen ook wel muggen- en keverlarven eten, vormen regenwormen het hoofdvoedsel. De wormen vallen op de grond van de tunnel, de mol voelt en ruikt dat, en eet de worm op.” Hij mag dan vrijwel doof zijn en stekeblind, de mol heeft uiterst gevoelige snorharen en ruikt in stereo, met elk neusgat afzonderlijk. Zo weet hij exact waar de geurbron vandaan komt.
Dat is niet alleen een leuk weetje, maar ook van belang voor ons grasveld. Mollen graven namelijk niet willekeurig wat raak, maar koloniseren het liefst de ondergrond die rijk is aan wormen. En laat dat nu juist vaak de grond zijn onder dat zorgvuldig bijgehouden gazon. “Veel grasliefhebbers houden ervan hun gras te bemesten”, zegt Korthals. “Die bemesting is ook voedsel voor de regenwormen. In een wilde tuin zitten ook wel regenwormen, maar meestal wordt die minder bemest.”
Lees dit artikel verder op De Standaard.
De foto is gemaakt door Elke Pannier